Jeeptour Zwitserland, Arie en Arjan van Dalen

Klik hier voor de foto's

Vorig jaar september kwamen wij op het idee om met de jeep vanuit Ermelo naar Zwitserland te rijden. Wij zijn daar al vaker met vakantie geweest, dus helemaal onbekend is het niet. Omdat Linda (dochter van Arie, zus van Arjan) in Heimberg bij de Thunersee woont, hadden we nog een reden om die kant op te gaan.

Het aardige van een rit per jeep is natuurlijk dat je zoveel mogelijk over binnenwegen rijdt, waardoor je de reis heel anders beleeft dan een snelle rit over de Duitse Autobahn. Maar voordat het zover is, moet er natuurlijk eerst een route in elkaar gezet worden. Dat hebben we op de ouderwetse manier gedaan, dus met behulp van landkaarten en kaartenboeken. Vooral de Michelin wegenatlas van Frankrijk bleek heel goed te zijn.

Uiteraard moet de jeep voor zo'n lange reis in goede technische conditie zijn. De remmen zijn gecontroleerd, heel belangrijk in bergachtig terrein! Ook de wiellagers zijn gecheckt en van nieuwe keringen voorzien. Dit hebben Arie en Henk van de Bovenkamp samen gedaan. Verder hebben we een korte en een lange steekas van Joop van Middendorp mogen lenen. Deze zijn als reserveonderdelen meegegaan. We hebben ook een korte en een lange slang voor motorolie (hoge druk) meegenomen.

Reis naar Zwitserland Op zaterdag 5 juni begon de reis. De eerste etappe voerde ons via Arnhem en Nijmegen richting Venlo. Om de rit wat afwisselender te maken besloten we om over een lokale weg aan de westelijke oever van de Maas te rijden, in plaats van de provinciale weg die aan de andere kant ligt.

Bij Kaldenkirchen staken we de grens met Duitsland over. Via uitstekend bewegwijzerde Bundesstrasses ging de rit verder naar Aken. Deze route was een beetje saai, maar het schiet wel lekker op. Via de binnenstad van Aken reden we naar Monschau. Hier hebben we op een camping overnacht.

De volgende dag reden we door het prachtige, glooiende landschap van de Belgische Ardennen. Direct over de grens met Luxemburg goedkoop getankt, en nog wat extra benzine meegenomen in een jerrycan. Uiteraard kun je via hoofdwegen naar het zuiden reizen, maar het is veel leuker om door het dal van de grensrivier de Our te rijden. Daarna langs de Moezel verder, richting Schengen. Dat ligt op het drielandenpunt van Frankrijk, Luxemburg en Duitsland.

Via Franse binnenweggetjes kwamen we aan in Metz waar we op de stadscamping hebben overnacht. We hebben zo snel mogelijk de tenten opgezet en het grote zeil over de jeep gedaan omdat de lucht naar regen dreigde. We waren net klaar hiermee toen het begon te regenen.

Gelukkig dreven de buien weer snel over en de volgende ochtend was het weer droog met een zonnetje erbij. Prima weer om met een jeep te rijden en dat hebben we dus ook gedaan. We reden zonder omwegen in zuidoostelijke richting en al snel kwamen de Vogezen in zicht. Hier begon voor ons het echte rijden in heuvelachtig terrein. De jeep beklom zonder problemen diverse passen die bekend zijn vanuit de Tour de France, zoals de Col du Donon, Col du Bonhomme en de Col de la Schlucht. Hoogtepunt (letterlijk en figuurlijk) is de "Route des Crêtes". Deze smalle weg loopt vlak langs de hoogste toppen van de Vogezen, en geeft uitzicht zowel naar links als naar rechts.

Er staan meerdere hotels en pensions langs of vlakbij deze weg, maar om zeker te zijn had ik plaats gereserveerd en wel in Auberge Steinlebach. Het was weliswaar laagseizoen, maar het kan altijd gebeuren dat een pension vol zit met een (grote) groep, of dat het gesloten is.

Op dinsdag, alweer de 4e dag van de rit, reden via Cernay richting de Jura. We hadden een route uitgestippeld richting Biel, die zoveel mogelijk de grotere hoofdwegen vermijdt. Volgens de kaart moesten we bij een boerderij een klein landweggetje in, maar er stond geen wegwijzer. Zoiets kan in een normaal land wel eens gebeuren, maar in Zwitserland is dat uitzonderlijk. Maar er stond ook geen bordje met "doodlopende weg" of met "verboden in te rijden, privéweg" en daarom hebben we het toch maar geprobeerd. Na een paar kilometer rijden bleek dat we inderdaad het goede verbindingsweggetje hadden gekozen.

De rit dwars door Bern heen werd een vermeldenswaardige ervaring. We dachten allebei dat het gemakkelijk te vinden zou zijn, namelijk gewoon provinciale weg nr 6 volgen. Maar zo simpel lag het niet. We werden bij een wegopbreking een andere kant uitgestuurd en toen werd het zoeken geblazen. En niet zo'n beetje ook! Er was geen touw aan vast te knopen. Uiteindelijk werden we het zat en zijn we de snelweg die door Bern loopt, opgegaan. Gelukkig hadden we van te voren een Zwitsers Autobahnvignet op de voorruit van de jeep geplakt. Eerst een stukje richting Zürich, daarna de goede kant uit richting Interlaken. Dit kun je probleemloos doen met een jeep, want op deze snelweg mag toch niet harder worden gereden dan 80 km/h. En omdat de Zwitserse politie streng controleert, houdt iedereen zich ook aan de maximum snelheid. Bij de eerste afslag buiten de bebouwde kom zijn we weer van de snelweg afgegaan. Het laatste stukje naar Heimberg ging, zoals gepland, wel weer over provinciale weg nr 6.

Toeren in Zwitserland Als je eenmaal met je jeep in Zwitserland bent, is het natuurlijk erg leuk om daar wat rond te rijden en te genieten van het imposante berglandschap. Een hele bekende autorit is de tocht over drie passen: Sustenpas, Furkapas en Grimselpas. Wij hebben deze rit met de wijzers van de klok mee gereden, maar andersom kan ook. Ik ben zelf een paar jaar geleden in juli, dus hoogseizoen, met de auto de Sustenpas overgestoken. Het was toen heel erg druk, de weg zat helemaal vol met auto's en met motorfietsen. Deze keer was het heel rustig op de weg omdat het nog laagseizoen was. Een verademing in vergelijk met de vorige keer!

Halverwege de Furkapas wachtte ons een verrassing: de weg was versperd door een kleine sneeuwlawine. Iedereen stond erbij en keek ernaar. Maar een echte jeeprijder is op alles voorbereid. Snel de schop van de auto afgehaald en graven maar. Al gauw begonnen de omstanders mee te helpen. Twee berggidsen pakten het heel handig aan: ze sloegen een spanband om de grootste sneeuwbrokken en sleepten ze zo aan de kant. Met z'n allen hadden we al snel een doorgang gemaakt die breed genoeg is voor een auto. Natuurlijk zijn wij als eerste daar doorheen gereden; we zijn tenslotte ook begonnen met graven.

De weersverschillen tijdens deze tocht waren groot. Bovenop de Grimselpas was het koud en een beetje regenachtig. Dat is te vergelijken met het weer tijdens een Snertrit in November. Maar nog geen uur verderop in het dal bij de Brienzersee is het zonnig en warm.

Omdat Arie de Matterhorn nog nooit van dichtbij heeft gezien, besloten om richting Zermatt te rijden. Dat ligt in het kanton Wallis. De kortste route vanuit Heimberg naar Wallis gaat via Kandersteg. In dat dorp kun je de auto op de trein zetten. Uiteraard kun je zelf ook meerijden. De trein rijdt in ongeveer een kwartiertje door een 14 kilometer lange tunnel naar Goppenstein. Dit transport is nodig omdat er geen berijdbare (zelfs niet voor een jeep) pasweg is tussen deze twee dorpen. Daarvoor is het gebergte hier te hoog en vooral veel te steil.

Via de Moosalp reden we richting Zermatt. Uiteraard kun je ook de hoofdweg nemen, maar daar zijn we niet voor gekomen. Kleine, rustige weggetjes door de bergen zijn namelijk veel leuker om te rijden. De jeep had tijdens het klimmen wel af en toe wat last van vapour lock, maar dat is niet iets om je zorgen over te maken. Het uitzicht onderweg is fantastisch mooi, je kunt alle dalen in de omgeving goed zien, maar ook diverse bergtoppen van meer dan 4 km hoog.

Zermatt is een autovrij dorp en je moet de auto in Täsch (laatste dorp voor Zermatt) parkeren. Er is wel een weg, maar daar mag je alleen rijden met een speciale vergunning. Het laatste stukje kun je dan per trein, taxibusje of lopend afleggen. Wij zijn met het taxibusje vanaf de camping naar Zermatt gereden en met de trein terug. Helaas was het weer nogal wisselvallig, waardoor de Matterhorn in de wolken zat. Er is wel een schrale troost: de Japanse toeristen hebben de Matterhorn ook niet gezien en zij hebben er ongeveer tienduizend kilometer voor gereisd.

In de loop van de dag klaarde het weer wat op en we besloten om met de jeep naar Täschalp te rijden. Dat is een flinke klim vanuit Täsch en dan een dalletje in. Vanaf dit weggetje heb je mooi uitzicht op de Matterhorn, maar wij zagen vanwege de wolken alleen de onderste helft van de berg. Bij één van de vele fotostops liep de startmotor vast. Dat was de eerste en gelukkig enige panne tijdens deze reis. Er zat niks anders op dan de startmotor los te maken en weer opnieuw te monteren. Dat hielp en daarna liep de jeep weer als vanouds.

We hebben de toer naar Wallis afgesloten met ee rit vanuit Visp naar het hooggelegen Visperterminen. Hier liggen de hoogste wijngaarden van Europa. Volgens de wandelkaart, schaal 1:50.000 is het mogelijk om nog hoger te rijden en dat konden we uiteraard niet laten. De weg was wel smal, je kon een tegenligger alleen passeren bij speciale uitwijkplaatsen.

Via de inmiddels bekende autotrein reden we terug naar Heimberg. Hier eindigde na 948 mijl onze reis per jeep. Na deze rit ben ik per trein en vliegtuig teruggereisd naar Nederland. Ik had namelijk niet genoeg tijd over om in enkele dagen samen terug te rijden. Arie heeft de jeep via hoofdwegen en snelwegen weer netjes teruggereden naar Ermelo.

Inmiddels zijn we alweer bezig om voor volgend jaar een meerdaagse tocht te plannen. De bestemming ligt nog niet vast, wellicht kiezen we voor een rit langs de Engelse Zuidkust of de Noorse fjordenkust.

terug