Oorlogsherinneringen 44-45 uit Nijkerk

NIJKERK/HEELSUM - Dicky van Hall maakte als jonge vrouw de luchtlandingen rondom Arnhem in september 1944 van nabij mee. Als gevolg van de gevechten moest zij evacueren van Heelsum, waar haar ouders een bakkerswinkel hadden, naar Nijkerk waar zij als zuster in het noodziekenhuis werkte. Haar dagboek is in boekvorm uitgegeven en geeft een indringend beeld van moeilijke levensomstandigheden in die dagen.

door Jeanne Dijkstra - weekblad de Puttenaer

Het dagboek, dat qua schrijfwijze authentiek is gelaten, begint op zondag 17 september 1944 als Britse parachutisten landen in de omgeving van Renkum, Heelsum en Wolfheze met als doel de Rijnbrug in Arnhem te veroveren en zo een bruggenhoofd te vormen. Dicky beschrijft de hevige bombardementen en het overvliegen van de vliegtuigen, zodat ds. Smeenk zich in de kerk niet verstaanbaar kan maken. Ook het licht gaat uit. Ze ziet honderden parachutisten uit vliegtuigen komen op de Renkumse hei. ,,Cyclame, rood, groen, beige, wit, bleu getinte parachutisten komen nar beneden. ‘t Is een majestueus gezicht’’, meldt Dicky. ,,’s Zondagsmorgens komen er al eenige vluchtelingen uit Arnhem, die vertellen, dat de Willemskazerne, Royal, de Schouwburg en de Vesta getroffen waren.’’ In de weken erna vallen er veel Engelse granaten en Dicky en haar familie brengen nachten in de kelder door. ,,De eene granaat na de andere spat uit elkaar. ‘t Is of het huis boven ons in elkaar stort’’, schrijft ze in haar dagboek. Op woensdag 4 oktober krijgen ze het alarmerende bericht dat ze Heelsum moeten verlaten. Soldaten waarschuwen dat ze voor 13.00 uur het dorp moeten verlaten omdat ze anders als saboteurs worden beschouwd. Dicky vertrekt met haar familie en buren naar Nijkerk. ,,’t Is een vreeselijke aanblik. Overal zie je losse paarden lopen op de Koninginnelaan. ‘’t Is een totale verwarring’’, meldt ze in haar dagboek.

Levensgevaarlijk
Onderweg naar Nijkerk moeten ze regelmatig dekking zoeken voor de granaten die boven hun hoofd uit elkaar springen. Huizen storten rondom en achter hen in en takken worden van de bomen gerukt en boven het gedonder van de kanonnen hoort Dicky ‘het gejammer der menschen’. Onderweg naar Nijkerk, waar ze bij kennissen zullen verblijven, horen ze dat een kind is gestorven. Overal lopen en fietsen opgejaagde mensen in Lunteren en Barneveld. Ook zien ze in Barneveld gewonde bekenden uit Wolpheze liggen. Ze worden gastvrij ontvangen in de Holkerstraat in Nijkerk. Daar mogen ze allemaal bij elkaar blijven. ,,We kunnen niet dankbaar genoeg zijn dat we zoo’n goed onderdak hebben gekregen’, meldt haar dagboek op 4 oktober ‘44. Voedsel is er dan nog voldoende te krijgen in Nijkerk. Op donderdag 5 oktober gaan de bommenwerpers over Nijkerk. ,,Als we daar staan hooren we het bulderen van de kanonnen ook weer. Er heerscht een reuze spanning in de gemeente Nijkerk. Verschillende gijzelaars zijn er opgehaald en wat zal er nog volgen, dit in verband met het doodschieten van twee Duitsche officieren op de grens van Nijkerk- Putten. Er worden berichten verspreid dat de Engelschen de Rijn over zijn. Dat blijken later valsche geruchten te zijn. Regelmatig gaat Dicky op de fiets van Nijkerk naar Barneveld en Lunteren om andere evacués, die Heelsum ontvlucht zijn, op te zoeken. Ze hoort daar dat een voltreffer op de bakkerij is gekomen. In december zitten ze nog steeds in Nijkerk, terwijl ze had gedacht na enkele dagen weer terug te zijn in Heelsum. Dan wordt Dicky gevraagd te komen helpen in het Passantenhuis in Nijkerk waar evacués van voedsel en onderdak worden voorzien. Haar werktijd is elke dag van vijf tot acht uur. Op 3 januari vertrekt ze op de fiets naar Heelsum om te proberen spullen uit huis op te halen. Overal kapot geschoten huizen waardoor ze haar dorp niet meer kent. Het wordt een bange tocht omdat ze geen papieren heeft en overal soldaten zijn. Zwaar beladen rijdt ze terug naar Nijkerk maar bij Appel in het pikdonker gaat haar band weer kapot waardoor ze moet lopen.

Ziekenhuis
Op 6 januari krijgt ze een oproep van het Nood Ziekenhuis Tijsseling om daar te verschijnen. Er is grote behoefte aan hulp in het Gymnastieklokaal in de Van Delenstraat. ,,Aristocratische ouden van dagen, die erg verwend zijn en zich nu aan moeten passen’’, staat in haar dagboek te lezen. Ze gaat in het ziekenhuis werken van 8 tot 5 zodat ze toch elk avond haar vrijwilligerswerk in het Passantenhuis kan blijven doen. Dicky beschrijft haar belevenissen in het ziekenhuis met de, soms, ietwat lastige patiënten. Het zijn lange dagen, waarin gelukkig toch nog wel wat te lachen valt voor de dan 26-jarige Dicky. Ze vindt in de bange dagen ook veel steun in haar geloof.

Bevrijding
Op maandag 16 april trekken duizenden Duitse soldaten in wanorde door de Nijkerkse straten en voeren alles mee, varkens, koeien, zakken meel etcetera. Ze kijken steeds naar de lucht en zijn bang voor de vliegtuigen. Dan spatten de granaten weer uit elkaar. ,,’t Is werkelijk een wonder Gods dat we gespaard blijven’’, aldus het dagboek. Op vrijdag 20 april ‘45 begint het granaatvuur plotseling weer en moeten de zieken in de schuilkelder. Een voltreffer treft een deel van het gebouw, maar gelukkig zijn er geen doden. Daarna horen ze gejuich van kinderen. De Tommy’s zijn er. Er wordt gejuicht en gedanst en sigaretten worden uitgedeeld. Er heerst een feeststemming in Nijkerk en iedereen feliciteert elkaar. De fabriek in de Delenstraat moet weer gaan draaien om kisten te maken voor de getroffenen. De zieken moeten weer naar het gymnastieklokaal. Maandag 23 april wordt er hevig gevochten bij Amersfoort en de Nijkerkers slapen vaak in de kelder. Op maandag 25 april beginnen de transporten ouden van dagen omdat ruimte moet worden gemaakt voor de gewonden. Dicky gaat mee met het eerste transport naar Putten. ,,’t Is een prachtige tocht over de Steenen Kamer en we zien de zee links van ons, liggen. De Vanenburg blijkt een heerlijkheid te zijn, waarin nu drie gezinnen en achterlijke jongen en meisjes zijn ondergebracht.’’ Achter de Vanenburg is een houten werkkamp waar de oudjes worden ondergebracht. Vanaf Salentijn moet Dicky teruglopen omdat het paard gevoerd moet worden, een wandeling van een uur. Bij de landbouwschool staan de laatste wagens klaar en moet ze naar de Callenbach wandelen om de laatste patiënten op te halen en dan bepakt en bezakt weer terug naar de Vanenburg.

Vrede
Vrijdag 4 mei’45 : ,,Wanneer we ‘s avonds rustig bij elkaar zitten, hooren we na negenen plotseling een heele drukte op straat. Plotseling hooren we dat het geheele Duitsche leger gecapituleerd heeft. Wat een vreugde, wat een feest! We trekken direct de jas aan en gaan de straat op. De vredes-klokken beginnen te luiden. Vlaggen worden uitgestoken.’’

Eren
Het boekje bevat, ondanks de bescheiden omvang, een schat van informatie over het wel en wee van de gemeenten Heelsum, Nijkerk en de inwoners. Neef Jan Peelen uit Noordwijk schrijft in zijn nawoord dat zijn tante wilde dat het dagboekje pas na haar overlijden openbaar zou worden gemaakt. De herinneringen in het boekje geven een authentiek beeld van haar ervaringen en zielenroerselen en dat is wellicht de reden dat Dicky van Hall haar herinneringen tijdens haar leven voor haar zelf hield. Ze is op 23 februari 2007 overleden. ,,Met het uitgeven van het dagboek gedenken en eren we een dierbaar lid van onze familie. Tegelijk gedenken en eren we met deze uitgave de moedige Britten, Polen, Amerikanen en Canadezen die ons land kwamen bevrijden en die voor die bevrijding zware persoonlijke offers gebracht hebben. En we gedenken en eren met deze uitgave ook al die mensen, waaronder met name de Nijkerkers, die in deze oorlogsperiode gastvrijheid hebben verleend aan evacués uit het oorlogsgebied.Opdat wij niet vergeten’’, aldus de familie van Dicky.

Het boekwerkje van 73 bladzijden, is uitgegeven door Scheer Boekverzorging, Noordwijk. ISBN 978-90-810907-4-2. Het boekje is voor € 9.95 te koop bij boekhandel De Jong in Heelsum en bij boekhandel Roodbeen in Nijkerk.De jonge vrouw Dicky van Hall maakte de oorlog van dichtbij mee en schreef deze ervaringen op in haar dagboek

terug